Eén momentje voor een bewuste keuze…

Leuk dat je een bezoekt brengt aan proefdesport.nl! Wij maken gebruik van cookies om jouw bezoek aan proefdesport.nl zo gebruiksvriendelijk en persoonlijk mogelijk te maken. Met behulp van deze cookies zijn wij onder andere in staat om de site te kunnen analyseren, het gebruiksgemak te verbeteren en jou de meest relevante informatie te kunnen tonen. Omdat grip op je online privacy belangrijk is, verzoeken wij je om kort de tijd te nemen voor een bewuste keuze.

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring

Handbal is een teamsport en dat vindt De Cock erg prettig. “Het mooie van een teamsport is dat je er vriendschappen door opbouwt. Je leert wat het is om samen te winnen, om samen te verliezen en om samen verdriet te verwerken als het even niet lukt. Je leert er allerlei sociale vaardigheden die je als kind nog niet hebt. Dat is heel belangrijk.”

Fanatiek en sportief

Niet alleen de sociale component, maar ook de sportieve aspecten van handbal licht De Cock graag uit. “Je kunt al vrij snel een balletje gooien, maar als je uit een lastige hoek een ingewikkelde effectbal kunt gooien, is dat natuurlijk erg gaaf. Op technisch vlak is er voor iedereen dus nog wat te leren. Het is ook een fysieke sport, want lichamelijk contact is toegestaan. Daarnaast komt er tactiek bij kijken en is het erg attractief. Er wordt heel veel gescoord, dat is leuk om naar te kijken.”

“Handballers zijn vaak fanatieke, gedreven mensen”, gaat De Cock verder. “Maar tegelijkertijd is het altijd erg vriendelijk en sportief. Je zult bij ons nooit publiek zien dat zich misdraagt of teams die met elkaar op de vuist gaan. Als iemand in het veld een tik krijgt, dan betichten we daar de tegenstander niet van. Zoiets kan gebeuren bij een contactsport. Dat is de handbalcultuur.”

Toegankelijk voor iedereen

Binnen die handbalcultuur is er steeds meer aandacht voor verschillende doelgroepen. Zo bestaat er voor kinderen tot een jaar of twaalf ‘Goalcha’: handbal met een zachtere bal, waardoor stuiteren moeilijker is. “Het is een soort pleintjesvoetbal, maar dan vertaald naar handbal. Het gaat om scoren, het spelletje staat echt centraal. Aan de andere kant heb je ook ‘walking handball’, waarbij rennen en springen niet is toegestaan en waarbij de keeper meedoet als jouw ploeg de bal heeft. Dat is een mooie oplossing voor mensen die niet meer zo explosief zijn.”

“Tot slot is er nog handbal voor mensen met een beperking”, besluit De Cock. “Zij spelen veel in toernooivorm, waarbij de scheidsrechter meer let op het begeleiden van het spel dan op het affluiten. Het draait om samenzijn met elkaar. Zo zie je steeds meer diversiteit in het aanbod, handbal is voor iedereen heel toegankelijk.”